Met één been in de praktijk

Met één been in de praktijk

“Wanneer je als onderzoeker ook met één been in de praktijk staat, begrijp je veel beter hoe complex de realiteit is.”

 

Laura Nooteboom werkt als senior onderzoeker bij LUMC Curium. Ze maakt zich hard om de zorg voor jongeren met langdurige, complexe klachten te verbeteren. In dit interview geeft Laura ons een inkijkje in haar werk als senior onderzoeker en vertelt ze over haar visie op de zorg en onderzoek voor deze jongeren.

“De onderzoeken die ik coördineer zijn elk op hun eigen manier gericht op het verbeteren van hulp voor jongeren met meervoudige, complexe en langdurige problematiek. Hierin richten we ons niet alleen op de jongere, maar ook op de mensen om hen heen, zoals ouders, familie en vrienden. Zo heb ik promotieonderzoek gedaan naar de vraag hoe hulpverleners en gezinnen beter integraal kunnen (samen)werken wanneer er meerdere complexe problemen spelen, en voeren we daar nu verschillende vervolgonderzoeken op uit. Ook ben ik bijvoorbeeld betrokken bij onderzoek naar eetstoornissen, ervaringsdeskundigheid, dialectische gedragstherapie, en een oudertraining voor ouders van jongeren met suïcidaal gedrag. In de onderzoeken die we doen, werken we altijd nauw samen met jongeren, ouders, hulpverleners en beleidsmakers, om zo ook écht het verschil te maken voor de praktijk. Ik heb veel kennis van kwalitatief- en actiegericht onderzoek, wat belangrijke onderzoeksmethoden zijn om deze doelgroep en de praktijk beter te begrijpen en helpen.”

Wat heeft je gemotiveerd om juist met deze doelgroep te werken?
“De problematiek van deze jongeren ontstaat vaak niet ineens. Er is doorgaans al langere tijd sprake van problematiek, onderliggende kwetsbaarheid en gebeurtenissen in de omgeving van de jongeren die maken dat ze in een situatie terecht komen die we als complex beschrijven. Er zijn vaak veel dingen tegelijk aan de hand, en veel verschillende hulpverleners betrokken die allemaal vanuit hun eigen kennis en kunde hun best doen om het gezin zo goed mogelijk te helpen. En hoewel dat op heel veel plekken goed gaat, zijn er ook nog veel mogelijkheden om de kwaliteit van zorg voor deze groep te verbeteren. Het vinden van passende hulp en goede samenwerking tussen hulpverleners onderling en het gezin is een hele puzzel. Ik haal er veel energie uit om deze puzzel samen met jongeren, hun omgeving en behandelaars te leggen.”

Je werkt als onderzoeker in nauwe verbinding met professionals bij LUMC Curium, maar hebt ook gewerkt als psycholoog met jongeren met complexe problematiek? Wat is de meerwaarde hiervan voor je werk als onderzoeker?
“Doordat je als onderzoeker ook met één been in de praktijk staat, begrijp je veel beter hoe complex de realiteit is. Een belangrijke taak van onderzoekers is om die complexiteit beter te begrijpen; patronen te vinden en onderbouwde uitspraken te doen die voor een grote groep gelden. Die patronen, zoals wat werkt voor de meeste jongeren met complexe problematiek, geven richting. Maar het is een kunst om deze in de praktijk op individueel niveau op een juiste manier toe te passen. Het goed samenwerken met de praktijk maakt dat we de uitdagingen waar behandelaren, jongeren, hun naasten en beleidsmakers voor staan goed scherp op ons netvlies hebben. Dat geeft diepgang en betekenis aan het onderzoek dat we doen, en maakt dat de bevindingen ook bruikbaar zijn voor de praktijk.”

Welk onderzoek is nodig om de jongeren beter te begrijpen?
“De afgelopen decennia heeft er veel nadruk gelegen op het beter begrijpen van gedrag door onder andere onderzoek naar afwijkingen in het brein, of experimenten gericht op specifieke stoornissen. Hoewel we met deze onderzoeken stappen hebben gezet, denk ik dat het ook belangrijk is om de verhalen van jongeren goed te doorgronden. Juist gezien de complexiteit en veelheid van problematiek moeten we aandacht hebben voor het individu en zijn/haar omgeving, en de mens centraal stellen. Door op gestructureerde wijze informatie te verzamelen over het levensverhaal van de jongeren en bijvoorbeeld de hulp die tot nu toe is ingezet, krijgen we veel meer zicht op wat zij nodig hebben. Hierin is het ook belangrijk om aandacht te hebben voor intergenerationele overdracht van problemen: vaak spelen er ook bij ouders en andere gezinsleden problemen waardoor jongeren in de knel raken, of de problemen in stand worden gehouden. Kwalitatieve onderzoeksmethoden zijn heel helpend om de verhalen van jongeren te doorgronden.”

Je hebt promotieonderzoek gedaan naar integraal werken, en wat werkt voor hulpverleners om goede integrale zorg te leveren aan jongeren met complexe problemen. Wat gaat er volgens jou tot nu toe goed in de zorg deze jongeren?
“Er zijn ontzettend veel hulpverleners, organisaties en onderzoekers die zich dagelijks met hart en ziel inzetten om jongeren met complexe klachten zo goed mogelijk te ondersteunen. De passie die ik bij veel collega’s zie om echt het verschil te maken raakt mij. Er is een mooie beweging gaande, waarbij er steeds meer aandacht is voor de jongere als mens, de samenwerking met het gezin, en domeinoverstijgend samenwerken. Deze beweging maakt dat we steeds beter in staat zijn om evidence-based kennis en richtlijnen op maat en persoonsgericht toe te passen, in samenwerking met het gezin.”

Wat is er volgens jou nodig in de vormgeving van zorg voor deze jongeren en hun naasten?
“Het is belangrijk dat er stabiliteit is, voor jongeren, hulpverleners en organisaties. De decentralisatie van de jeugdhulp en vele veranderingen op gemeentelijk niveau zorgen nog steeds voor veel onrust. Zeker voor deze kleine, maar zeer complexe doelgroep die specialistische hulp nodig heeft, is het belangrijk dat we met elkaar blijven evalueren hoe we de hulp goed kunnen organiseren, en wat hulpverleners nodig hebben om hun werk goed te kunnen doen. Hoe specialistische organisaties op landelijk niveau goed met elkaar kunnen samenwerken, en hulpverleners uit specialistische organisaties ook op lokaal niveau korte lijnen hebben met partners in de wijk, zoals scholen, de wijkteams en jongerenwerkers. Zodat jongeren met complexe problematiek en hun gezin tijdig de zorg krijgen die zij nodig hebben. Dichtbij huis, op verschillende levensgebieden, met aandacht voor alle gezinsleden.”